Herfstknutsel

Nu het buiten slechter weer wordt zijn we vaker binnen te vinden en dan gaan we weer vaker knutselen. Regelmatig hoor ik van andere gastouders dat ze nu toch echt niet meer weten wat ze nog kunnen knutselen binnen een bepaald thema. Ze hebben nu toch wel echt alles gedaan wat ze konden bedenken. Om dit te voorkomen maak ik met de kinderen wel eens grotere knutselwerkjes waar ze langer aan bezig zijn. Zo hebben we dit jaar egeltjes in een huisje gemaakt.

We zijn begonnen met te ontdekken wat egels nu eigelijk zijn. Koekeloere en Huisje, boompje, beestje hebben beiden een aflevering over egels. Daarnaast hadden we ook een boekje over een egel dat we regelmatig hebben voorgelezen. Er zijn heel veel boeken te vinden over egels. Ik koos deze keer voor  ‘Het prikkelende avontuur van egel.’ geschreven door Ragnhild Scamell. Dit boek sprak de kinderen erg aan.

Daarna zijn we begonnen met het maken van egeltjes van klei. De kinderen mochten zelf hun egeltje proberen te kleien. Hierdoor hadden we ook hele ronde egeltjes, of hele lange, bijna slang egeltjes. Maar dat maakt niet uit. Met wat tandenstokers in hun rugje werden het opeens allemaal echte egeltjes. De kinderen vertelden zelf hoe ze het huisje van de egel wilden maken. Hiervoor gaf ik hen een blad knutselpapier dat ze mochten schilderen in de kleuren die ze zelf wilden. Want natuurlijk houden egels van mooie huisjes. Later maakten we van dit papier een bakje. Ik nam dus wat steviger papier dat het gewicht van het egeltje goed kon dragen. De oudere kinderen knipten zelf het bakje, de jongere kinderen mochten prikken als ze dat wilden. Dan moest er natuurlijk eten in het huisje liggen. We gingen buiten op zoek naar blaadjes. Die blaadjes gaven we nog een extra mooi kleurtje door ze te schilderen. Dat was nog niet zo gemakkelijk als het leek. Geconcentreerd schilderen de kinderen grote en kleine blaadjes. Als je dit doet zorg dan dat je blaadjes zoekt die net van de boom gevallen zijn anders breken de blaadjes. Dit ontdekten we toen we al bezig waren dus gingen we nog een keer op zoek naar goede blaadjes. De kinderen waren dagenlang vol van hun kunstwerk. Elke keer we weer iets deden werd dit bij het ophalen enthousiast aan de ouders verteld. De kinderen konden niet wachten tot de egeltjes eindelijk klaar waren en mee naar huis konden. Maar ondanks dat ongeduld wilden ze elke dag weer verder werken aan hun egeltjes. Want ook de egeltjes zelf moesten nog een kleurtje krijgen. Zo kregen we witte egeltjes, rode, paarse, maar ook gewoon bruine egels. Ik vind het niet zo belangrijk welke kleur de egeltjes uiteindelijk krijgen. Als we een egeltje in een filmpje zien of een boek lezen over een egeltje bespreek ik wel de juiste kleur, dus ze weten het wel. Ik gun ze tijdens het knutselen altijd hun artistieke vrijheid vandaar dat ze dan zelf de kleur van het egeltje mogen kiezen.

Na dagenlang knutselen en bezig zijn was het dan eindelijk zover. De egeltjes waren klaar! Ik heb niet van alle egeltjes een foto kunnen nemen, maar gelukkig wel van 3! Het resultaat mag er zijn, vinden jullie niet?

P1010939.JPG

Myriam

Advertisements
Standard

Moeilijke beslissing.

Meer dan 5 jaar geleden had ik een kennismakingsgesprek met een consulente van Welkom Kind Midden en West Brabant. Zij vertelde me toen dat je als gastouder ook kinderen voor en na school kan opvangen, BSO dus. Maar ze vertelde me ook dat wanneer kinderen wat ouder worden, zo rond 8 jaar BSO wel eens moeilijker kan lopen omdat die kinderen nu eenmaal andere behoeftes hebben dan jonge kinderen. Dat is logisch, maar enthousiast als ik was nam ik me voor om ook aan die behoeftes ten alle tijden te voldoen. Oooh, wat heb ik me vergist, want er is een groot verschil tussen willen en kunnen!

Ondertussen zijn we dus 5 jaar verder en kleine kindjes worden groot. Het jonge ventje dat samen met zijn 2, nog jongere broertjes hier binnenstapte toen hij 3 en zijn broertjes 2 en net 5 maanden oud waren zijn ondertussen allemaal flinke kinderen geworden die naar school gaan. Nog een 3 tal maandjes en de oudste wordt alweer 8 jaar! Zijn broers zijn nu bijna 7 en 5 jaar oud. Sinds een paar maanden merk ik ook een enorm verschil in hun gedrag als ze bij mij zijn. Ze zijn onstuimig, mega actief, onrustig, willen grote kinderen dingen doen en daar wringt het net. Natuurlijk willen ze de wereld gaan verkennen, een wereld die groter is dan wat ik hen kan bieden, hoe graag ik ook zou willen. Ik heb speciaal voor hen speelgoed gekocht voor oudere kinderen, mexano en mini lego. Er zijn boeken en gezelschapsspelletjes in huis die ze ook zonder mijn directe begeleiding kunnen spelen, maar dat is niet meer genoeg. Ze willen meer. Ze willen naar buiten, ze willen nieuwe dingen ontdekken, ze willen leren hoe dingen werken, ze willen hutten bouwen of uitzoeken hoe een raket werkt. Op straat spelen mag niet, er ligt namelijk een vijver pal voor de deur. En de tuin, die is natuurlijk ook niet zo groot dat ze echt hutten in kunnen bouwen en daar moeten ze dan ook nog eens een keer rekening houden met kleuters en peuters die ook naar buiten willen. Ik wil best met hen een gezelschapspel spelen maar vaak moet ook een baby nog een flesje krijgen dus heel veel tijd om hen exclusieve aandacht te geven is er niet. Knutselen is goed voor 5 minuten of is ‘voor meisjes’en dan beginnen ze er nog niet eens aan. Of zoals de oudste het mooi zegt: “Ik vind jou nog heel lief Myriam, maar ik verveel me hier zo, ik weet echt niet meer wat ik moet doen”. En vervelen is niet slecht, vanuit verveling ontstaat vaak weer mooi spel. Maar soms houdt het gewoon echt op. Dan is de koek echt op! En op dat punt kwam ik met deze jongens. En dat lieten ze merken in hun gedrag.  Ik kon mijn rug niet draaien of ze waren aan het vechten met elkaar, gooiden met hun jongere broertje van net 1 jaar oud, gooiden met speelgoed. Ik was de hele tijd alleen maar bezig met hen te corrigeren, terwijl ze een half jaar geleden nog lieve, ontdeugende jongens waren.  Dit kon zo niet verder, niet voor mij, niet voor de andere kinderen in de opvang en zeker ook niet voor hen. Iedereen werd hier alleen maar ongelukkig van.

Dus heb ik, na maanden van piekeren besloten dat ik de ouders ging aanraden om deze jongens naar een BSO te laten gaan waar ze meer ruimte hebben. Letterlijk meer ruimte! Een BSO aan een school ofzo. Dit was een heel moeilijk gesprek, maar gelukkig zijn we er samen uitgekomen en gaan de jongens binnenkort na school naar een BSO. Gelukkig blijft de jongste wel hier in de opvang en komen zijn grote broers af en toe voor school ook nog eens langs. En ik merk aan de jongens dat ze dit heel erg fijn vinden. Ze kijken er enorm naar uit om in een andere opvang te mogen gaan spelen.  En net omdat ze er zo naar uitkijken en weten dat ze over een paar weken ook echt naar een andere opvang gaan geeft het nu al meer rust in de opvang. En dat is dan weer erg fijn voor iedereen.

Hebben jullie al eens, voor het welzijn van jezelf, je opvang(kinderen) of je gezin een moeilijke knoop moeten doorhakken?

Myriam

Standard

Kinderen begroeten bij het binnenkomen.

Ohoh! Wat erger ik me aan de meester van Kiki wanneer ik Kiki naar school breng. Hij is op zich een goede leraar, maar in de ochtend, wanneer de kinderen de klas binnen komen zou ik hem heel graag eens een keer wakker willen schudden! Hij toont namelijk amper tot geen interesse in al die kinderen die zijn klas binnen komen. Wanneer een kind iets gaat vertellen reageert hij met “hmmmmm, ga nu maar rustig op je plekje zitten”. Verschrikkelijk vind ik het!

Tijdens mijn opleiding heb ik geleerd hoe belangrijk het is om elk kind echt te zien bij het binnenkomen in de klas. Nog voor het ochtendritueel waarin je alle kinderen begroet tijdens het zingen van een liedje dus. Het is belangrijk om wanneer het kind de klas binnenstapt, even tijd te nemen voor dat kind. een paar seconden maar, gewoon een “goedemorgen Kiki”of “hoe was je zwemles gisteren, Max?” meer hoeft niet. Maar het kind groeit enorm wanneer je hem of haar even persoonlijk begroet, omdat het kind dan weet dat je haar of hem ook ziet!

Dat trek ik ook door in mijn opvang, hoe vroeg ook de eerste kinderen aan de deur staan (en geloof me, ik vind vroeg opstaan niet fijn!) Ik begroet elk kind even hartelijk. Vaak begroet ik ook eerst het kind en dan pas de ouder. Ik bespreek dit natuurlijk vooraf, tijdens het kennismakingsgesprek ook even met de ouder. Ik zie het kind vaak dan ook echt groeien. Het hoeft niet veel te zijn. Iets zoals “hoi Lieke, wat fijn dat je er bent. Je hebt ook gezellig mama meegebracht. Kom maar fijn binnen!” Wij vinden het ook niet fijn wanneer we ergens bij moeten zijn en de receptioniste negeert ons helemaal wanneer we binnenkomen. Of de dokter ziet je niet. Dan zullen we snel klaar staan om te klagen, maar kinderen mogen we dus negeren? Natuurlijk neem ik ook de tijd om met de ouder te bespreken hoe het gaat met hun kind. Even tijd nemen voor een overdracht voor elk kind.  Ook al worden kinderen gelijktijdig gebracht.

Voor kinderen is het ook belangrijk om te weten dat ze gezien worden, echt gezien! Dat ze weten dat ze bij je terecht kunnen als er iets is, wat dan ook. En dat begint dus bij de voordeur. Wanneer kinderen gebracht worden. Het afscheid is even belangrijk, maar daarover in een andere blog meer.

En jij? Heb jij een ritueel om kinderen te begroeten?

Myriam

 

Standard

Kinderboekenweek 2017

kinderboekenweek

Gisteren, 4 oktober is de kinderboekenweek weer gestart. Dit jaar is het thema “Gruwelijk eng”. Wat past dat goed in mijn thema herfst – kriebelbeestjes. Ik heb dus een paar  enge boeken. Boeken zoals ‘De spin die veel scheeltjes laat’ van Clarinde Wesselink en ‘Heksje Mimi is niet bang’  van Kathleen Amant. Daarnaast hebben we ook boeken over de herfst, prinsen en prinsessen en hun favoriete boek ‘Mag ik eens in je luier kijken?’ van Guido van Genechten.

Tijdens de kinderboekenweek wordt er vooral meer aandacht besteed aan (voor)lezen. In bibliotheken en boekhandels worden dan vaak verschillende activiteiten georganiseerd om boeken en (voor)lezen extra in de spotlight te zetten. Als je het leuk vindt om naar een activiteit te gaan vindt je hierover genoeg info op het internet.

Voorlezen is iets dat ik heel vaak doe. Soms kiezen we dan een boek over het thema waar we mee bezig zijn, soms kiezen we een ander leuk boek waar we op dat moment zin in hebben. Ik lees minstens 1 keer per dag voor, vaak 2 of 3 keer. Zeker wanneer het slecht weer is buiten. Voorlezen hoeft niet heel lang te duren, dan verslapt de aandacht van de jonge kinderen vaak. Maar is wel enorm gezellig! Lekker dicht bij elkaar, op de bank, of op de grond. Ik lees vaak voor tijdens het fruit eten of het koek eten. Het voordeel hiervan is dat de kinderen dan rustig blijven zitten tijdens het eten en aandachtig luisteren. Vaak willen de oudste kinderen, die zelf al kunnen lezen het boek nog een keer zelf lezen of voorlezen aan de peuters. Daar genieten ze dan allebei enorm van. Een ander favoriet momentje om voor te lezen is na het opruimen.

Voorlezen is natuurlijk niet enkel gezellig, hoewel dat voor mij al reden genoeg is om regelmatig voor te lezen. Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling, de fantasie, de sociale ontwikkeling, de ontluikende geletterheid (moeilijk woord om te zeggen dat het kind interesse krijgt in geschreven taal), het stimuleert de concentratie en de luistervaardigheid en voorlezen motiveert een kind om zelf te leren lezen.

Genoeg redenen dus om lekker voor te lezen aan je (opvang)kindjes. Maak je niet druk omdat je niet goed stemmetjes kan doen. Lekker samen lezen is altijd leuk. Je hoeft ook niet altijd alleen maar boeken voor te lezen in je thema of in dit geval, het thema van de kinderboekenweek. Het is prima om een boek voor te lezen gewoon omdat het een leuk boek is. Of om kinderen te leren omgaan met emoties en dagelijkse of onverwachte belevenissen. Op het potje leren gaan bijvoorbeeld. Of ouders die gaan scheiden of samen spelen. Je kan het zo gek niet bedenken of je vindt er wel een boekje over. Als je lid wordt van je bib kan je de boeken lekker lenen en hoef je geen fortuin uit te geven om alle boeken die je wil aan te kopen.

Tijdens de Kiki training bij Welkom Kind Midden en West Brabant is er een module waarin je verschillende vormen van voorlezen ontdekt.  Zo is er oa een verteldoos, het verhaal kan gespeeld worden met poppetjes terwijl je het vertelt, een soort poppenkast dus. of kies eens voor een groot schootboek. Voorlezen is ook perfect om een creatieve activiteit aan te koppelen. Kinderen zullen maar wat graag tekenen of schilderen wat ze net gezien hebben in het boek. Zo verwerken ze de info die ze net kregen. Wanneer je interesse hebt in de Kiki training kan je contact opnemen met Welkom Kind Midden en West Brabant.

Wanneer lees jij voor? Vind je voorlezen leuk om te doen of wil je er nog meer in leren? Wat doet voorlezen met je (gast)kinderen?

Myriam

Standard

Jonge kinderen en taal.

Een paar dagen geleden las ik een onderzoek waaruit blijkt dat de taalontwikkeling al begint in de baarmoeder. Iedereen die contact heeft met kinderen weet dat ook jonge baby’s al veel bezig zijn met taal. Ook al kunnen ze zelf nog niet praten in woordjes. Ze communiceren met hun omgeving. Ouders en opvoeders doen hun best om hun kind netjes te leren praten. Daarmee bedoel ik dat vloeken en dergelijke woorden zo lang mogelijk uit de woordenschat van kinderen geweerd worden. Tot ze naar school gaan dan, want daar leren ze allemaal heel snel woorden die je als ouder of opvoeder liever niet hoort.  Daarbij vraag ik me af of je altijd veel aandacht aan die woorden moet besteden en of het kind wel de hele draagwijdte van die woorden begrijpt.

Zo had ik gisteren een aantal BSO kids in de leeftijden 6 en 7 jaar. Kiki is ook 7 jaar. Momenteel is Sinterklaas mega hot bij de kids. Dus wordt het liedje “de Pieten -Sinterklaas move” van Party Piet heel vaak gezongen.  Dat nummer begint met “pi-pi-pi-pi- pietje. Dat vinden ze geweldig dus tijdens onze wandeling naar huis zongen ze het regelmatig. Plots hoor ik C, 6 jaar “mi-mi-mi-mi- mietje” zingen. Mijn eerste reactie was “Watblieft? Wat zeg je daar?”Gelukkig kon ik die woorden inslikken en vroeg ik heb rustig wat hij nu zong, wat hij met dat woordje bedoelde. Zijn antwoord: “het rijmt op Pietje en het is nog veel te vroeg voor Sinterklaas dus zing ik mi-mi-mi-mi- mietje van Misschien komt Sinterklaas wel vroeger dit jaar”. Voor mij was het hiermee duidelijk dat hij niemand wou kwetsen met zijn versie van het nummer. Ik heb het dus voorbij laten gaan want als ik de aandacht erop zou vestigen dat ‘mietje’niet zo netjes is om te gebruiken kan je wel raden wat er dan zou gebeuren. Want iets dat je verbiedt….juist…wordt natuurlijk extra aantrekkelijk! Vaak is het door geen aandacht aan een woord te geven dat het ook niet leuk is om het te roepen want ze krijgen niet wat ze willen, aandacht! Natuurlijk praat ik wel met de kinderen wanneer ze taal gebruiken om een ander te kwetsen. Maar soms moet je het gewoon voorbij laten gaan. Ik heb ooit een 2 jarige gehad die de hele dag door piemel riep. Te pas en te onpas, of je nu thuis was of in de winkel stond. Voor hem was het woord piemel nieuw en hij vond het een leuk woord. Na een week riep hij een week lang ‘tietui’ (vliegtuig) en was het woord piemel naar de achtergrond verdwenen.

Dit advies geef ik ook vaak mee aan ouders. Soms is negeren beter dan de aandacht op iets vestigen. Als kinderen iemand anders kwetsen met woorden of als het pestgedrag is moeten ze er natuurlijk wel op aangesproken worden. Of denk jij er anders over en spreek je kinderen wel altijd aan op fout taalgebruik? Wat zijn voor jou woorden die echt niet kunnen?

Myriam

 

Standard

Workshop bij Welkom Kind Midden en West Brabant

Gisteravond stond er weer een workshop op de agenda bij mijn gastouderbureau. Het onderwerp was deze keer de opvang van gastkinderen met niet Nederlandse ouders. Buitenlandse kindjes dus. Soms wonen ze nog niet zo lang in Nederland, soms al een hele tijd, maar allemaal brengen ze hun eigen cultuur mee. Dat telt natuurlijk ook voor kinderen met Nederlandse ouders. Ook zij zullen soms andere gewoontes meebrengen naar de opvang. Al zullen bepaalde gewoontes wel weer hetzelfde zijn. Die gewoontes zijn voor ons ook heel normaal en logisch. Zoals een hand geven bij een ontmoeting. Of sorry zeggen door je hand op te steken als je met de auto rijdt.

Gisteren leerden we dat wat voor ons heel normaal en logisch is, dat voor andere culturen vaak helemaal niet zo is. Zo kan het zomaar zijn dat een vraagouder je raar of zelfs boos aankijkt wanneer je zijn zoon een bandiet noemt. Voor de buitenlandse vraagouder was dat namelijk een belediging. Gelukkig kon de gastouder uitleggen dat het woord bandiet niet slecht bedoelt is. Zulke ervaringen leren dat we soms moeten nadenken over andere culturen. Even goed met de ouders in gesprek gaan, voor de opvang start, kan veel problemen voorkomen.

Wil dit nu zeggen dat je als gastouder je eigen cultuur maar overboord moet gooien en je dagritme helemaal moet aanpassen aan de vaak verschillende culturen in je opvang? Nee natuurlijk niet. Tijdens het kennismakings gesprek kan je hierover praten. Je kan onder andere uitleggen dat je vaste eetmomenten hebt omdat je anders heel de dag niks anders doet dan eten geven aan de kinderen. In vele culturen is het namelijk normaal om te eten wanneer je honger hebt, ongeacht hoe laat het is. Of kinderen vallen in slaap wanneer ze moe zijn. Of dat nu vroeg of laat is, of slapen niet in een bedje. Door te praten kan je inzicht krijgen in de cultuur van de vraagouder en kan de vraagouder ook inzicht krijgen in jou cultuur. Zo kan je dan samen tot een compromis komen waar iedereen zich goed in kan vinden.

We sloten de avond af door ervaringen uit te wisselen en elkaar tips te geven over hoe je problemen kan oplossen waar je tegen aan kan lopen in je opvang. Rust, reinheid en regelmaat vb, de 3 R-en, vinden we allemaal belangrijk. We hebben binnen Welkom Kind Midden en West Brabant al een aantal verschillende culturen dus we konden over deze verschillen ook praten.  We ontdekten dat we toch allemaal onze eigen invulling aan de 3 R-en geven. Dat is niet goed of fout, gewoon anders. Gastouders moeten vaak ook kinderen naar school of psz brengen en weer gaan ophalen. Daardoor moeten dagritmes wel eens worden aangepast. Ook dat is niet erg.

Gastkindjes met niet Nederlandse ouders in je opvang zijn soms een uitdaging maar door met ouders in gesprek te gaan en te blijven kan je veel problemen voorkomen. Open communicatie is dus erg belangrijk. Als je beide een andere taal spreekt kan een tolk een uitkomst bieden!

Myriam

Standard

Knutselen met peuters.

P1070033P1070040

Buiten wordt het nu echt stilaan herfst. Daarom zijn we vaker binnen te vinden en gaan we ook weer meer knutselen dan we doen in de zomer. Momenteel werken we aan onze eigen paddenstoelen. Hiervoor beschilderen de kinderen een bordje en een wc rolletje. Ze kleven stippen op het bordje. Met het lijmpistool lijm ik bordje en wc rolletje aan elkaar en tataaaa….een echte paddenstoel! Alle kinderen die willen mogen dit maken. Ja, alle kinderen. Ook de jonge peuters en baby’s. Zij mogen hier gewoon met verf spelen. Want dat is het dan, spelen. Voor baby’s en peuters gaat het om het verkennen van het materiaal en vaak ben ik bij hen langer bezig met klaarzetten, opruimen en kinderen wassen dan ze zelf bezig zijn met de verf. Maar dat is niet erg, in tegendeel. Verf ontdekken is belangrijk voor hun algemene ontwikkeling.

Ik zie de laatste tijd steeds meer  “Verven op een veilige en schone manier” voorbij komen. Voor wie zich nu afvraagt wat dat dan is? Wel….men neemt een ziplock zakje, daarin kan men dan een blad papier leggen, dan doet men her en der in het zakje op het papier wat druppels verf, liefst van verschillende kleuren. Men kleeft het ziplock zakje vast op tafel en zet dan een baby of peuter in een stoel erbij zodat de peuter met de verf kan spelen doorheen het zakje. Want…dan wordt de peuter niet vies, blijft alles in de omgeving lekker schoon. Dat is natuurlijk wel zo, maar als DAT de reden is waarom een peuter niet met verf mag spelen dan denk ik dat we fout bezig zijn. Door met verf in een ziplock zakje te spelen kan de peuter wel ontdekken dat je op die manier in verf kan tekenen en blijven tekenen. Moet je wel het blad papier uit het zakje laten. Zolang de verf namelijk niet droog is kan de peuter met zijn vingers lekker door de verf tekenen. Of met autootjes sporen door de verf maken. Dat kan een activiteit zijn waar je bewust voor kiest. Maar als je dit doet om de peuter iets te laten schilderen dan stel ik me de vraag of we de wereld niet te schoon willen maken voor jonge kinderen. Lekker vies worden hoort er toch ook bij? Lekker buiten in de modder stampen, of in een zandbak zitten met het zand tot in hun luiers, dat hoort er gewoon bij. Voor mij hoort vies worden door te kliederen met verf er ook bij. Ik vind dat baby’s en peuters ook met hun handjes de verf moeten kunnen voelen. Soms kleed ik ze wel eens uit tot op hun luier. Een groot blad papier, verf erop, peuter erbij en lekker kliederen. En ja, ik heb ook wel eens de verf van mijn lamp gehaald of van een deur 3 meter verder….so be it! Ook verf dient om in te kloppen met je handjes, om te voelen, om uit te smeren, om te ontdekken en ja, ook al eens om te proeven. Daar gaan ze niet direct ziek van worden zolang er maar op let dat je veilige verf koopt. Ik zou ze geen heel blik lakverf laten opdrinken. Gaan ze waarschijnlijk ook niet doen, want als er al eens verf in het mondje verdwijnt zie ik enkel maar gezichtjes die ‘bleh!’ zeggen. En dat doen ze dus vaak geen tweede keer….op een paar koppige uitzonderingen na. Maar oooh, wat genieten ze! Op de foto zie je onze eigen Kiki toen ze net een jaar oud was. Ze mocht voor de eerste keer verven. Dat gezichtje zegt toch alles…..dan poets ik met heel veel liefde en plezier even een half uurtje om alles weer netjes te krijgen.

Wat denken jullie? Lekker kliederen met verf moet kunnen, ook voor baby’s of hou je het allemaal liever veilig en schoon?

Ik hoor het graag!

Myriam

 

Standard