Kiki Training deel 5 bij Welkom Kind Tilburg

Jaja, alweer de 5de training van deze cursus. De laatste voor de zomervakantie, na deze avond gaan we allemaal lekker even in rust. Sommige gastouders sluiten de deuren en gaan zelf op vakantie naar binnen- of buitenland. Ikzelf zorg thuis voor een vakantiesfeer met alle gastkindjes.
Maar goed, de training Zoals gewoonlijk begon onze lesgeefster met het bespreken van het huiswerk van de vorige training. Dat het onderwerp van de vorige training toch best moeilijk was bleek uit de bitter weinige reacties die volgden. Natuurlijk hadden we ook maar 2 weken tijd gekregen om dat uit te werken dat was eigelijk best wel kort. Gelukkig hebben we een zeer begripvolle trainster die ons de tijd gunt om dat onderwerp tijdens de zomervakantie verder uit te werken en ermee aan de slag te gaan. Voor mezelf ben ik er ook nog niet helemaal uit, dus die extra tijd komt erg goed van pas.
Tijd dan om het hoofdonderwerp van deze training aan te snijden: de taalontwikkeling van jonge kinderen. Ik biedt op voorhand al mijn excuses aan als deze blog een beetje extra lang wordt, taal(ontwikkeling) is een stokpaardje van me en als ik erover begin te praten, is het erg moeilijk om ook weer te zwijgen…tja, taalontwikkeling he.
Op een zeer speelse manier werden we door de lesgeefster meegenomen naar het niveau van een jong kind. Ze legde ons op een heel duideljke manier uit hoe de spraak en taalontwikkeling bij het jonge kind verloopt. En al lijkt het erg gemakkelijk, zo gemakkelijk is die taalontwikkeling echt niet! Er zijn erg veel bergen waarover een kind moet klimmen voor het kind zich verstaanbaar kan maken met woordjes. Voor buitenlandse kinderen is dat nog moeilijker. En toch hebben erg veel gastouders van Welkom Kind Tilburg buitenlandse kindjes in de opvang. Het is dan vaak een hele uitdaging om hen te begrijpen of omgekeerd, het kind te laten begrijpen wat je als gastouder nu eigelijk van hem/haar verlangt. En toch verloopt de taalontwikkeling bij ieder kind zowat gelijk.
Een baby, zelfs de heel jonge leren gemiddeld een 3tal nieuwe woorden per dag, ook al kan de baby die wooren nog niet gebruiken. 3 woorden per dag!!! Dat is best veel hoor. Ik weet nog goed toen ik Frans begon te studeren, ik was toen 10 jaar en het was best moeilijk om die vreemde woorden te leren kennen. Dat verbeterde naargelang ik meer en langer in de Franse taal les kreeg en werd pas echt top toen ik een leerkracht kreeg die de ganse les alleen maar Frans praatte. Dat was pas echt een taalbad! En dat gebeurt dus eigelijk ook met die kleine baby, hij of zij pikt toch wel erg veel woorden op, daarom is het erg belangrijk om normaal tegen een baby te praten. Met ‘kielekiele’ en boelaboeboe’ is het kind eigelijk niks. Natuurlijk mogen woordspelletjes en kietelspelletjes gespeeld worden, maar gewoon normaal tegen een baby praten helpt hem/haar in de taalontwikkeling. Taal is namelijk toch een erg belangrijk communicatiemiddel, zoniet het belangrijkste communicatiemiddel maar taal kan ook een handicap zijn. Vooral het ontbreken van kennis van een taal. Probeer maar eens in China door taal simpelweg een brood te bestellen bij een bakker als je er totaal geen idee van hebt wat het chinese woord voor brood is. Het is daarom toch wel erg belangrijk dat wij als gastouders onze gastkindjes oop een goede manier ondersteunen in hun taalontwikkeling en dat we eventuele achterstanden op een jonge leeftijd reeds herkennen zodat tijdig kan ingegrepen worden indien nodig.

Maar hoe leert het jonge kind nu echt omgaan met taal en woorden. We weten al dat baby’s ongeveer 3 woorden per dag leren, maar goed, dan hoort het die woorden, maar wat is dan precies de betekenis van dat woord, want hetzelfde woord heeft niet voor iedereen dezelfde betekenis. Onze lesgeefster maakte ons dat duidelijk door iedereen 5 woorden te laten opschrijven imv ‘vakantie’. Vijf verschillende woorden waar je aan denkt bij het woord vakantie. En ja, er kwamen best verschillende woorden uit deze oefening. De 1 dacht aan rust, de ander aan vliegen, de meesten dachten aan zon en ontspanning. Het is daarom ook belangrijk dat je een woord op verschillende manier uitlegt aan een kind. Helemaal leuk wordt het dus als je zoals in mijn eigen gezin met de Nederlandse en Vlaamse taal gemixt zit. Dezelfde woorden betekenen vaak net iets anders of ik benoem een activiteit net iets anders. Toen ik pas met GJ samen was en hij wou gaan douchen wilde ik hem waarschuwen dat de vloer in de badkamer nogal glad kan zijn als die nat is dus ik zeg “zie uit dat je niet uitschuift”. Blijkbaar is uitschuiven in Nederland iets dat een lade van een kast doet en glijden mensen uit. kiki groeit dus echt op met Vlaamse en Nederlandse woorden. Vers is ook zo een leuk woord. Voor mij als vlaamse bestaat verse cola of verse melk. Ik vraag dan ook wel eens om een verse fles cola of een verse bus melk te nemen. Voor GJ als nederlander bestaat dat blijkbaar niet zo, voor hem zijn enkel groenten en fruit vers, of een vers brood dat kan ook nog maar al de rest is niet niet vers. Alles wat nieuw opengaat is voor een vlaming vers. Maar we hadden het eigelijk over hoe kinderen taal leren! Dus terug on topic. Het is erg belangrijk om een woord verschillende keren op verschillende manieren uit te leggen, minstens 3 keer, maar daar kom ik later nog op terug.

Kinderen kunnen ook erg creatief zijn met taal en zelf woorden bedenken voor situaties/voorwerpen waarvan ze het juiste woord nog niet kennen, maar door een eigen bedacht woord toch wel duidelijk maken wat het is. Vaak weten ouders/verzorgers dan wel wat het kind bedoelt, voor vreemden is het soms wat onduidelijker. Ik weet nog erg goed dat mijn moeder eens op een ochtend vroeg telefoneerde om te vragen wat in godsnaam een ‘boterham uit de doos’ was. Kiki was een weekendje bij haar logeren en kiki zat te huilen aan tafel omdat ze een ‘boterham uit de doos’ wou eten. Mijn moeder bleef maar zeggen dat ze dat niet had en Kiki bleef maar huilend vragen achter een boterham uit de doos. Ik moet er wel bij zeggen dat Kiki op dat moment ook weigerde om bv aan te wijzen wat ze bedoelde met een ‘boeterham uit de doos’. Ik verzekerde mijn moeder dat ze dat best wel in huis had, ze heeft namelijk al zolang ik weet op de ontbijttafel ‘cracottes’ of ‘crackers’ in huis en dat wou Kiki dus eten. Toen was het natuulijk erg vlug opgelost en kon Kiki lekker gaan ontbijten met een ‘boterham uit de doos’. Onze lesgeefster had ook een aantal van die zelfverzonnen kinderwoorden voor ons. Ik noem er enkelen, benieuwd of jullie kunnen raden wat het is. Natuurlijk worden de gastouders die op de training aanwezig waren even gevraagd om niks te verklappen. Hier komen de woordjes:
“Aantrekkingssteentjes”
“Botten van de appel”
“Kippenkoud
“Tascomputer”
En dan mijn persoonlijke favoriet: “uit slaap vallen”
ik ben er trouwens zeker van dat elke ouder/gastouder/grootouder/verzorger wel een aantal woordjes kan opnoemen die de kinderen/kleinkinderen gebruikten voor een voorwerp of een activiteit toen ze een jaar of 2 tot 5 oud waren. Heerlijk is dat, die kleuterpraat!

Hierna volgde een stukje theori over wat er nu eigelijk gebeurt tijdens de eerste 4 jaar van de taalontwikkeling van een kind. Ik onthou hieruit vooral dat een baby tijdens de voortalige periode vooral bezig is met communicatie door lichaamstaal en geluidjes. Later worden die geluidjes vervangen door klanken die soms oneindig worden herhaald. Eigelijk is het kindje dan aan het oefenen met taal. Vanaf ongeveer 1 jaar begint dan de vroegtalige periode. Tijdens deze periode gaat het kind beginnen praten, eerst met 1 woordje, later met 2 woord zinnentjes. Ook is de uitspraak vaak nog niet helemaal goed. Denk maar aan sjoen ipv schoen.
Vanaf ongeveer 2,5 jaar komen er dan meerwoordzinnen en zijn kinderen voor 50% tot 70% verstaanbaar voor vreemden. Het ene kind zal wat vroeger goed praten dan het andere kind. Dat is helemaal normaal. Op deze leeftijd leren kinderen ook dat taal echt wel erg belangrijk is. Ze leren om taal toe te passen in verschillende gebieden en situaties. Denk maar aan die meid van 3 die op maandagochtend heel enthousiast vertelt over het uitstapje naar de efteling tijdens het weekend. Of die ene jongen die vol overgave vertelt over die keer toen hij met papa was gaan voetballen en…”Myriam, ik was gewonnen van papa!” Kinderen leren om iets te vertellen dat voorbij is, dat is best moeilijk. Daarvoor moeten kinderen eigelijn in gedachten terug kunnen gaan naar dat moment en er dan nog de juiste woorden bij zoeken om het min of meer duidelijk te kunnen vertellen. Dat kinderen op deze leeftijd wel eens wat stotteren is dan ook niet erg. Ze willen zoveel vertellen, hun woordenschat is nog redelijk beperkt en dus moeten ze vaak even zoeken naar het juiste woord. Dat brengt me dan naadloos naar de 7seconden regel. Dat is eigelijk een heel belangrijke regel om te onthouden. Iedereen die met jonge kinderen werkt, of dat nu ouders zijn of anderen zou moeten weten dat een kind vaak ongeveer 7 seconden nodig heeft om het juiste woord te vinden. Als je een vraag stelt aan een jong kind mag (eigelijk moet) je het kind dan echt die tijd gunnen om het antwoord te vinden. Vaak zeggen we het antwoord al na 2 seconden voor terwijl het kind het antwoord best wel zelf weet, maar gewoon even op zoek was naar het juiste woord. Volwassenen hebben een truukje voor die 7 seconden regel want ook wij moeten wel eens zoeken naar het juiste woord. Hoe vaak zeggen we wel niet “ohja, het ligt op het puntje van mijn tong…..” Eigelijk vragen we dan even uitstel om te kunnen nadenken, dat is voor kinderen net zo!
Door een rijk taalaanbod, op alle mogelijk manieren en werkvormen leren brengen we kinderen in contact met taal en leren we hen alle mogelijkheden van taal kennen. Klets er dus maar vrolijk op los als je gaat wandelen of als je een baby verschoont. Vertel maar over hoe je dat was, zing maar liedjes uit volle borst, ook al zing je vals, je kind zal er best wel van genieten. Hiernaast is het belangrijk dat je het kind ook in contact brengt met andere ‘soorten’ taal. Ik bedoel hiermee dat het belangrijk is dat je het kind voorleest, want taal in boeken is net iets anders dan gesproken taal. In gesproken taal zitten toch vaak min of meer dialect(foutjes) en geschreven taal brengt een kind weer in contact met andere woorden, andere manieren van zinsbouw en nog veel meer. Voorlezen is dus niet alleen lekker gezellig, maar het draagt enorm veel bij aan de taalontwikkeling van het jonge kind. Ook sommige tvprogramma’s kunnen een bijdrage leveren aan taalontwikkeling. Ik denk dan bv aan Dora (en ja, beste ouders, ook ik wordt gek van die rondspringende, hypernerveuze aap) maar Kiki mocht net nog 1 aflevering kijken want zij vindt het wel geweldig. Daarvoor is ze natuurlijk 4 jaar oud. Na de aflevering was het bedtijd en ze ging zingend de trap op “up is op, beneden is down, open is open, dicht is close”. Kiki pikt het dus op en doet er iets mee. En natuurlijk, als verantwoorde ouder, pik ik daar weer op in en hebben we een spelletje met deze woorden gedaan op de trap en met de deuren van de slaapkamers. Kiki moet natuurlijk niet zomaar wat gaan zingen, ze moeten leren wat het betekent en dan komen we, weeral naadloos bij het volgende: een kind moet een woord op 3 verschillende manieren ‘proeven/ontdekken’ om het goed te kennen. In het geval “open is open en dicht is close” hebben we natuurlijk gewoon het liedje gezongen, dat is om het woord of de woorden te proeven, dan zijn we vanalles gaan open en dicht doen tijdens het zingen (boekjes, deuren, kasten, schuiven, het bed hebben we even opengegooid en weer dicht) en als laatste hebben we samen nog even, tijdens het avondritueel bedacht wat er allemaal open en dicht kan en (Kiki spreekt eigelijk soms te goed voor haar leeftijd) dat sommige woordjes in andere talen hetzelfde zijn en anderen weer niet.
Een kind dat een woord voor de eerste keer hoort kan dat woord zo interessant vinden dat het dat woord eigelijk altijd gebruikt zonder te weten wat het woord nu eigelijk betekent. Door het kind dat woord te laten ontdekken op verschillende manieren leert het kind de betekenis en het gebruik van dat woord. Zo heb ik mijn ouders (ja, ik weet het, soms ben ik slecht) lang laten denken dat Kiki op 10 maanden kon tellen. Kiki vond het woord “acht” op die leeftijd namelijk super. Dus elke keer ik bij mijn ouders op bezoek was, gingen we natuurlijk tellen. Ik telde dan “1,2,3,4,5,6,7, en dan ‘Kiki” en zij vol enthousiasme “8!’ en ik verder 9 en 10. En ja, oma en opa, ze kan zelfs al terugtellen, ook al is ze nog geen jaar oud: ik weer: “10,9, KIKI!, zij weer heel enthousiast “8” en ik verder tot 1. Oma en opa natuurlijk heel erg trots op hun superslimme kleinkind! Oma en opa zijn nog steeds erg trots op hun kleindochter en Kiki kan ondertussen zelf erg goed tot 10 tellen, het woordje “8” is al lang geen favoriet meer!
Taalontwikkeling, zo leuk om te mogen beleven, telkens weer opnieuw en opnieuw en opnieuw en als ik dacht dat ik alle woordjes wel al gehoord heb, komt er altijd weer een kindje met een nieuw zelfbedacht woord! En zo gaan we verder want wat is er nu leuker dan gewoon gezellig kletsen met alle kindjes?

Groetjes,
Fijne avond!
Myriam

Advertisements
Standard

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s