Moederdag

Over een paar dagen is het weer zover, moederdag. Natuurlijk zijn we in de opvang druk bezig om een heel mooi cadeau voor alle mama’s te maken. De kinderen genieten! Ze stralen als ze bedenken welke kleur ze gaan gebruiken en als ze hun, zelf gemaakt en ingepakt cadeautje mee mogen nemen glunderen ze van trots! Zo mooi om te zien.

Dit jaar doe ik er ook weer een versje bij. Dat is dubbel feest voor de mama’s. Niet alleen een cadeautje, maar ook een versje, speciaal voor mama! Ik leer de kinderen wel vaker versjes aan, zo hebben we elk jaar met nieuwjaar ook een nieuwjaarsbrief. Maar hoe doe je dat nu? Kinderen een versje aanleren, want in tegenstelling tot liedjes kan je bij versjes niet leunen op muziek. Een paar tips:

  • zorg voor een versje dat de kinderen aanspreekt (in mijn geval is dat iets dat niet te belerend overkomt, niet met vingerwijzingen, vaak een versje met een beetje ondeugend ondertoontje)
  • Zorg dat het versje niet te lang is, maar zeker ook niet te kort. Je wil de kinderen iets leren en iets als ‘blauw, blauw, blauw, mama ik hou van jou’ is erg leuk voor een peutertje van 1 jaar, maar de 3 jarige die daarnaast zit vindt dat al snel saai
  • Zorg dat je gebaren kan uitbeelden bij het versje. Dat helpt kinderen om het goed te onthouden
  • Leer het versje zelf goed vanbuiten voor je het de kinderen gaat aanleren
  • Zorg voor een rustig moment om het versje aan te leren (vb na het fruit eten als iedereen toch aan tafel zit)
  • Vertel aan de kinderen wat jullie gaan doen en waarvoor. In dit geval dus, een versje leren voor mama omdat het bijna moederdag is
  • Zeg het versje op, met de gebaren, zonder dat je verwacht dat ze het al leren, laat hen het versje ontdekken, proeven….vraag aan de kinderen wat ze van het versje vinden.
  • Herhaal het versje een paar keer (steeds met de gebaren), na 1 of 2 keer kan je de kinderen uitnodigen om het mee te zeggen. Vaak zullen ze dan hier en daar een paar woordjes meezeggen of de gebaren meedoen.
  • Oefen liever 5 keer per dag het versje 1 of 2 of 3 keer dan 1 keer per dag 15 keer
  • Moedig de kinderen aan om mee te doen, maar dwing niet. Ik had een kindje in de opvang die nooit meedeed wanneer we in groep een versje (of een liedje) leerden, maar als hij in bed lag voor de middagdut hoorde ik hem door de babyfoon het hele versje opzeggen. Hij pikte het versje dus wel op.
  • Wanneer je merkt dat de kinderen het versje al goed kennen kan je vragen of kinderen het versje alleen willen opzeggen, of per 2 of alleen de kinderen, zonder je hulp. Sommige kinderen vinden dit enorm spannend, het moet natuurlijk niet. Als het dan mis gaat, dan is dat zo, een beetje hulp moet kunnen, het is geen examen!
  • En vooral: Maak het leuk! Geniet van de kinderen!

 

Veel plezier!

Myriam

 

Standard

Een stagiaire in de opvang

Af en toe wordt er gevraagd of ik een stagiaire wil begeleiden tijdens een korte of iets langere periode. Natuurlijk kan dat, extra helpende handen zijn altijd welkom.

Momenteel hebben we een meid van bijna 17 jaar in de opvang die gedurende 2 weken komt kijken of ze later wil werken in de kinderopvang.  Een zogehete snuffelstage dus. Een vrij lange snuffelstage, maar bon…dat is nu eenmaal zo.

Het is altijd afwachten en aftasten hoe het meisje zal zijn met de kinderen. Deze keer hebben we wel erg veel geluk! Onze stagiaire heeft nog 2 heel jonge broertjes. Ze is zelf bijna 17 en heeft nog een broertje van bijna 4 en eentje van net 1 jaar. Ze is dus gewend aan jonge kinderen. Dat is ook te merken. Ze beweegt natuurlijk tussen en met de kinderen en de kinderen zijn ook erg ontspannen bij haar. Hoewel het een snuffelstage is en ik haar dus wegwijs zou moeten maken in de kinderopvang hoef ik haar bijna niks uit te leggen. Ze kent alles al….luiers verschonen, een flesje of fruitpap geven…ze draait er haar hand niet voor om.

De grotere kinderen vinden het super om iemand extra in de opvang te hebben. Terwijl ik de baby’s verzorg voetbalt zij met de oudere kinderen in de tuin. Wat een feestje dat er iemand meer tijd voor hen heeft. Natuurlijk speel ik ook met de grotere kinderen, maar soms moeten ze al eens wachten omdat er net een baby honger krijgt en dus een flesje moet krijgen. Nu is er extra tijd voor hen en dat vinden ze erg fijn. Ze hangen dan ook aan haar lippen. En ik zie haar ook genieten. Tijdens het spelen leeft ze zich ook helemaal in, ze volgt niet alleen het fantasiespel van de kinderen, ze kan het zelfs verrijken door de juiste vragen te stellen. Zomaar, alsof ze al jaren met en tussen kinderen werkt! Ik moet mezelf er regelmatig aan herinneren dat ze nog geen 17 jaar oud is.

Later bespreek ik met haar wat ze van de opvang en haar stage vond. Ik vraag haar of ze daadwerkelijk plannen heeft om iets met kinderen te gaan doen. Dat weet ze nog niet zeker. Dat moet ook niet, ze mag nog een jaar lang onderzoeken welke weg ze uit wil gaan. Het staat in elk geval wel vast dat ze het prima zou doen met kinderen.  Na 2 weken nemen we afscheid van haar, al hopen we allemaal dat ze nog eens een keertje langs komt om gezellig met ons te spelen!

 

Myriam

 

 

Standard

Knap lastig – deel 2 bij Welkom Kind Midden en West Brabant

autisme_enjoil

Alweer de 2de bijeenkomst van deze interessante training. De eerste training hadden we onze aandacht vooral besteed aan het verschil tussen gewoon lastig en knap lastig gedrag. Blijvend lastig gedrag dus. Deze avond gingen we dieper in op het gedrag dat autistische kinderen en kinderen met ADHD vertonen.

Als eerste hadden we aandacht voor kinderen met ADHD. Deze kinderen kenmerken zich door als kleine wervelwindjes rond te vliegen. Ze kunnen niet stilzitten en worden afgeleid door alles. Ze zien elke vlieg die voorbij vliegt. Ze hebben energie voor 10, zijn enorm gedreven. Ze kunnen super goed out of the box denken, zijn erg creatief en vindingrijk. Deze goede eigenschappen worden jammer genoeg wel eens vergeten waardoor de kinderen nogal vaak een negatieve stempel krijgen. Ook ouders worden wel eens raar aangekeken of krijgen te horen dat ‘ze nu toch echt wel hun kind beter moeten opvoeden’ of ‘als het mijn kind was…..’ Je kan namelijk niet aan deze kinderen zien dat ze ADHD hebben. Je kan het wel merken aan hun gedrag en als je even echt naar het kind wil kijken kan je ook de positieve eigenschappen van het kind zien.

Dit telt ook voor autistisch kinderen. Zij hebben problemen met de informatie en prikkels die ze binnen krijgen te verwerken. Dankzij de brainblocks heeft Frieda heel beeldend kunnen uitleggen hoe iemand met autisme informatie verwerkt. Doordat ik dit nu weet kan ik veel beter een kindje met autisme begrijpen en dus ook ondersteunen. Kindjes met autisme kunnen namelijk niet filteren welke informatie belangrijk is om opgenomen te worden en welke informatie niet zo belangrijk is. De juf die een moeilijke som uitlegt is natuurlijk belangrijk, maar als er op dat moment iemand op de gang roept, of iemand die op zijn stoel wiebelt, een vlieg die voorbij komt, een auto die buiten toetert. Het kind met autisme vangt het allemaal op en neemt alle info ook op in zijn hoofdje. Het is dan ook logisch dat dat hoofdje op een bepaald moment helemaal vol zit. Dan heeft het kind eventjes tijd nodig om alle info op een rijtje te zetten (dat was ook letterlijk te zien met de brainblocks) en weer ruimte te maken om nieuwe info op te kunnen nemen. Deze kinderen hebben ook vaak problemen met sociale contacten omdat ze vaak de emotie niet kunnen waarnemen of plaatsen die achter woorden zit. Deze kinderen doen letterlijk wat je zegt, zoals rechtdoor over een rondpunt fietsen, terwijl jij natuurlijk bedoelt dat ze erom heen moeten en dan rechtdoor. Goed opletten wat je zegt is dus erg belangrijk bij deze kinderen. Geen verborgen boodschappen, die vangen zij niet op. Ook deze kinderen hebben veel positieve eigenschappen. Ze zijn enorm opmerkzaam enzien vaak details waar jij zelfs niet op let. Deze kinderen kunnen enorm veel kennis hebben van een bepaalde zaak. Ze houden erg vast aan routines, wat natuurlijk ook een valkuil kan zijn, en hebben een uitstekend geheugen. Ze zien de wereld op een heel andere manier dan wij de wereld zien.  Hierdoor leggen ze soms ook andere linken die mensen niet zo goed kunnen begrijpen, maar die voor hen heel logisch zijn.

Deze avond heeft mij weer meer inzicht gegeven in hoe kinderen met ADHD en autisme met reageren op hun omgeving en hoe zij prikkels verwerken. Dat begrip zorgt ervoor dat ik deze kinderen steeds beter kan begeleiden en opvangen. Want hoe je het ook draait of keert…het zijn kinderen, kinderen met een plusje,  en ook zij hebben recht op liefdevolle, kwaliteitsvolle opvang waar ze zich veilig kunnen ontwikkelen.

Myriam

 

Standard

Geloven in de paashaas

pasen_vrolijk_pasen

Over een weekje is het alweer Pasen en daar hoort, volgens de kinderen wat lekkers bij. Ze verwachten paaseitjes! De paashaas dient voor iedereen paaseitjes te brengen. Dat is duidelijk voor alle kinderen, toch? Of niet, want zo rond de leeftijd van 6-8 jaar gaan de kinderen toch iets meer nadenken over de paashaas en daaraan gekoppeld ook de sint en de Kerstman. Mijn dochter, bijna 7 gelooft nog heilig in de paashaas, de sint en de Kerstman. Hoewel we rond die laatste nooit echt iets hebben gedaan en we haar ook vertellen dat wij de cadeautjes onder de kerstboom leggen. Voor haar bestaat de Kerstman, de sint en de paashaas, punt! Een opvangkindje van 6 jaar denkt daar toch iets anders over. Zijn buurmeisje heeft hem verteld dat de paashaas niet bestaat. Hij is overtuigd dat de paashaas niet bestaat nu en probeert daar ook de andere kinderen in de opvang van te overtuigen.

Ik hou me in deze discussies meestal op de achtergrond maar ik vind het reuze interessant om hun redeneringen te volgen. Als ze aan mij vragen hoe het zit stel ik de vraag meestal terug: “Hoe denk jij dat het zit?” Ik ga niks ontkennen of bevestigen. Maar…als de paashaas dan niet bestaat, hoe komen die paaseitjes er dan. Mijn dochter heeft daar de oplossing voor gevonden…dan komen de paasklokken de eitjes brengen. Dit kent ze omdat ik Vlaamse ben en bij ons brengen de paasklokken inderdaad de eitjes. Maar dat is toch niet echt duidelijk voor de Nederlandse kindjes. Zelfs C, die er een paar minuten geleden nog heilig van overtuigd was dat de paashaas toch echt niet bestaat weet hierop geen antwoord. Wanneer een B, bijna 8, oppert dat misschien mama en papa die eitjes wel verstoppen antwoordt C heel beslist dat dat niet kan, want mama en papa slapen toch ook in de nacht, zij gaan daar echt geen tijd voor hebben. Dus komen ze dan toch weer tot besluit dat de paashaas dat echt wel moet doen, misschien wel geholpen door de paasklokken.

Ik geniet van hun kinderlijke logica en laat hen gewoon nog eventjes lekker geloven in de paashaas, de paasklokken of wat dan ook. Er is nog tijd genoeg om groot te worden!

 

Fijne paasdagen!

Myriam

Standard

Veilig spelen

Afgelopen weekend las ik in de krant een artikel met als titel dat we onze jonge kinderen met een zakmes moeten laten spelen. Spontaan verslikte ik me in mijn koffie. Watblieft?! Kinderen met een zakmes laten spelen? Zijn ze helemaal gek geworden??? Weten ze dan niet hoe gevaarlijk dat is? In gedachten zag ik het bloed al uit de armpjes van mijn kleuters spuiten. Tot ik het artikel begon te lezen.

De laatste jaren staat alles in het teken om kinderen zo veilig mogelijk te laten spelen. We zouden zowat in staat zijn om bij een glijbaan of een schommel kussen te leggen zodat ze toch maar ‘zacht’ vallen. Feit is dat we onze kinderen zoveel mogelijk willen beschermen tegen blauwe plekken, wondjes en wat nog meer. Terwijl kinderen gewoon lekker willen rennen, klimmen, klauteren, springen en ontdekken en tja, daar hoort een blauwe plek, een kapotte knie of een buil wel eens bij. Leuk is dat niet altijd, maar ik merk rondom mij wel dat het vaker de ouders zijn die het moeilijk hebben met het feit dat hun kind een schram heeft opgelopen. De kinderen zijn vaak na een paar tranen de pijn alweer vergeten en willen gewoon spelen. Dat gaat soms erg ver. Ik hoor soms verhalen over kinderen die met gips en al (en die gips zit niet voor niets om de pols of arm) toch weer in dezelfde boom klimmen als waar ze zijn uit gedonderd. Of op een trampoline gaan staan springen. Kinderen willen bewegen en daar hoort vallen bij!

Door kinderen te hard te beperken in hun drang tot bewegen, beperk je kinderen uiteindelijk ook in hun ontwikkeling. Waarom moet alles zo afgeschermd veilig? Ik heb een hyperbewegelijke 6 jarige dochter in huis die eerst doet en dan pas denkt. Ze ziet een sloot, rent ernaartoe om erover te springen en ontdekt halfweg haar sprong dat ze niet aan de overkant geraakt…..”Oeps, nu ben ik nat, mama”. Ja, dat is wel eens vervelend, vooral als ze dat doet met een witte jurk, maar ook daar leer ik in. Geen witte kleding voor mijn dochter. Maar eerlijk…de wereld vergaat niet wanner zij in die beek springt. Ook zij valt niet ter plekke dood omdat ze nat is. Mijn hart slaat nog regelmatig een slag over bij sommige dingen die ik de kinderen zie doen, maar toch vind ik het belangrijk dat ze mogen bewegen en ontdekken. In de speeltuin laat ik hen zoveel mogelijk doen, ook al gaat het dan wel eens mis. Ook daar leren kinderen van. Vaak gaan ze elkaar dan ook helpen om allemaal te kunnen glijden. Ik denk dat we allemaal moeten proberen om een middenweg te vinden. Onze kinderen hebben nood aan bewegen en spelen, ook al gaat dat dan wel eens mis, maar sommige dingen zijn te gevaarlijk of kunnen enkel onder 1 op 1 toezicht. Ouders moeten zichzelf ook goed voelen bij wat het kind doet en wat dat is, dat verschilt per persoon. Zoals het kind laten spelen met het zakmes….dat vind ik toch nog net een stap te ver, maar als we onze beruchte spinnensoep in bloed maken mogen de kinderen wel met een tafelmes de tomaten doorsnijden. Zeg nu zelf…dat is toch al een mooi begin, niet?

Voor degenen die het artikel zelf nog even willen lezen, de link  http://www.ad.nl/nieuws/veiligheidnl-laat-je-kind-wilder-spelen~a326a027/

Standard

Politie op bezoek.

politie

De bel gaat, we verwachten niemand en hebben geen idee wie dat kan zijn. Nieuwsgierig lopen er 2 peuterdametjes achter mij aan om te kijken wie er op bezoek komt. De deur gaat open en er staan 2 agenten voor de deur. Zij zijn bezig met een buurtonderzoek en willen wat vragen. Dat kan! Ze komen graag even binnen.

De meiden kruipen zowat in me weg. We krijgen vaker bezoek en ook de postbode komt regelmatig even aan de deur om een pakje of een brief te bezorgen. Dan zijn de meiden gewoon zichzelf. Vrolijk kletsen ze tegen iedereen. Behalve dus tegen deze agenten. Verlegen kijken ze hen aan terwijl ze zich zo goed en kwaad mogelijk achter mij bljiven verstoppen. Een agent doet een poging om contact met hen te maken. Hij gaat op zijn knieën zitten en vraagt hoe ze heten, hij probeert om een handje te geven, maar daar denken de dames nog niet eens aan! Er volgens zelfs traantjes! Ik neem de beide dames op schoot en stel hen gerust. Ze zijn duidelijk diep onder de indruk van de uniformen van de agenten. Vanop afstand kijken ze met grote ogen naar de agenten, dan gaat het wel, maar zodra een agent een beetje dichter wil komen laten ze luid en duidelijk merken dat ze daar echt geen zin in hebben.

De agenten gaan na een kwartiertje weer weg, ik praat nog even met de dames over het bezoekje. We kijken in een boekje naar agenten. Dat stelt hen gerust. Dan wandelen we naar school om de andere kindjes te halen en al snel rennen de meiden vrolijk rond. Tijdens de lunch zitten er ook BSO kindjes mee aan tafel. De agenten komen nog even langs. Normaal is het bij ons tijdens de lunch vrolijk en luidruchtig. De kinderen babbelen erop los. Ze vertellen over hun schooldag en wat ze allemaal nog gaan doen, wat ze thuis beleefd hebben. Ze hebben altijd meer dan genoeg te vertellen. Dat is erg gezellig. Vanaf de agenten de keuken binnenstappen wordt het muisstil! B (7J) weet nog net uit te brengen dat die ene agent de papa is van zijn klasgenootje. De kinderen zijn allemaal erg stil en teruggetrokken. Ze kijken met grote ogen de agenten aan. Ook al wil de agent enkel iets vragen en is er voor de kinderen geen enkele reden om bang te zijn. Ook op de grotere kinderen maakt dit uniform diepe indruk. Zodra de agenten de deur weer uit zijn komen de tongen los!  Een agent is toch wel heel erg stoer!  Wat is het cool om een echte agent hier in huis te zien. Hoewel de agent enkel iets kwam vragen fantaseren de kinderen erop los en zijn ze ervan overtuigd dat de agent nu wel een boef gaat vangen. Ik bespreek met de kinderen dat deze agenten hier enkel iets kwamen vragen, maar dat agenten inderdaad ook boeven vangen. Dat vinden ze erg fijn om te horen. We bespreken hoe het uniform van de agenten eruit zagen en of agenten er altijd als een agent uit zien. Omdat ze de ene agent ook kennen als papa van een klasgenootje weten ze dat agenten niet altijd als agent gekleed gaan. Maar….ze zijn wel altijd agent! Ook zonder het uniform! En daarmee sluiten we de maaltijd af en gaan de kinderen lekker buiten spelen….Agent en boef natuurlijk!

Myriam

Standard

Lente

kind op gras

Eindelijk is het zover, de zon is er weer, het wordt mooi weer buiten en dus hoog tijd om met de kinderen naar buiten te gaan. Maar onze tuin die ligt nog steeds op winterstand. Hoog tijd om al het speelgoed onder handen te nemen en de tuin lenteklaar te maken. Natuurlijk mogen de kinderen helpen.

Ik doe dit met de oudste kinderen. Vlak na de middag, als de kleintjes hun middagdutje doen is dus een uitstekend moment. Gewapend met emmers water met zeep, doeken en sponsen en tuinmateriaal zoals harken, schepjes, lege emmers en een heel grote container gaan we naar buiten. De kinderen zijn blij om buiten te zijn en rennen eerst wat rond. Dat mag. Ik begin ondertussen met het poetsen van de zandbak zodat er  nieuw zand in kan. Al snel heb ik 2 nieuwsgierige kleuters naast mij staan. “Mogen we helpen?” Natuurlijk mag dat! Het water spat alle kanten uit, de kinderen glunderen. Wat is er dan ook leuker om met water te mogen spelen. Als we klaar zijn met de zandbak nemen we ook klimhuisje met glijbaan en de wipkip onder handen. En als laatste willen we de tuin nog wat opruimen. Bladeren bij elkaar harken, wat onkruid uittrekken. Ik hark de bladeren bijeen van het gras, de kinderen kijken toe en gooien de bladeren in de groencontainer. Plots zegt 1 van de kleuters dat ik het gras laat omvallen door te harken. Een andere kleuter heeft de oplossing! “Wij moeten het gras weer rechtop zetten”. Prompt gaan ze aan de slag en ik, ik geniet, van de zon, maar vooral de oprechtheid van deze kinderen. 20 minuten lang werken ze enorm hard om het gras weer rechtop te zetten. Dan hebben ze er genoeg van. Ze gaan glijden. Ik ga naar binnen, leg koekjes op een bordje en zet er bekers drinken bij.Dat gaan we buiten opsmullen, dat hebben mijn stoere helpers echt wel verdiend!

Myriam

 

Standard