Kinderboekenweek 2017

kinderboekenweek

Gisteren, 4 oktober is de kinderboekenweek weer gestart. Dit jaar is het thema “Gruwelijk eng”. Wat past dat goed in mijn thema herfst – kriebelbeestjes. Ik heb dus een paar  enge boeken. Boeken zoals ‘De spin die veel scheeltjes laat’ van Clarinde Wesselink en ‘Heksje Mimi is niet bang’  van Kathleen Amant. Daarnaast hebben we ook boeken over de herfst, prinsen en prinsessen en hun favoriete boek ‘Mag ik eens in je luier kijken?’ van Guido van Genechten.

Tijdens de kinderboekenweek wordt er vooral meer aandacht besteed aan (voor)lezen. In bibliotheken en boekhandels worden dan vaak verschillende activiteiten georganiseerd om boeken en (voor)lezen extra in de spotlight te zetten. Als je het leuk vindt om naar een activiteit te gaan vindt je hierover genoeg info op het internet.

Voorlezen is iets dat ik heel vaak doe. Soms kiezen we dan een boek over het thema waar we mee bezig zijn, soms kiezen we een ander leuk boek waar we op dat moment zin in hebben. Ik lees minstens 1 keer per dag voor, vaak 2 of 3 keer. Zeker wanneer het slecht weer is buiten. Voorlezen hoeft niet heel lang te duren, dan verslapt de aandacht van de jonge kinderen vaak. Maar is wel enorm gezellig! Lekker dicht bij elkaar, op de bank, of op de grond. Ik lees vaak voor tijdens het fruit eten of het koek eten. Het voordeel hiervan is dat de kinderen dan rustig blijven zitten tijdens het eten en aandachtig luisteren. Vaak willen de oudste kinderen, die zelf al kunnen lezen het boek nog een keer zelf lezen of voorlezen aan de peuters. Daar genieten ze dan allebei enorm van. Een ander favoriet momentje om voor te lezen is na het opruimen.

Voorlezen is natuurlijk niet enkel gezellig, hoewel dat voor mij al reden genoeg is om regelmatig voor te lezen. Voorlezen stimuleert de taalontwikkeling, de fantasie, de sociale ontwikkeling, de ontluikende geletterheid (moeilijk woord om te zeggen dat het kind interesse krijgt in geschreven taal), het stimuleert de concentratie en de luistervaardigheid en voorlezen motiveert een kind om zelf te leren lezen.

Genoeg redenen dus om lekker voor te lezen aan je (opvang)kindjes. Maak je niet druk omdat je niet goed stemmetjes kan doen. Lekker samen lezen is altijd leuk. Je hoeft ook niet altijd alleen maar boeken voor te lezen in je thema of in dit geval, het thema van de kinderboekenweek. Het is prima om een boek voor te lezen gewoon omdat het een leuk boek is. Of om kinderen te leren omgaan met emoties en dagelijkse of onverwachte belevenissen. Op het potje leren gaan bijvoorbeeld. Of ouders die gaan scheiden of samen spelen. Je kan het zo gek niet bedenken of je vindt er wel een boekje over. Als je lid wordt van je bib kan je de boeken lekker lenen en hoef je geen fortuin uit te geven om alle boeken die je wil aan te kopen.

Tijdens de Kiki training bij Welkom Kind Midden en West Brabant is er een module waarin je verschillende vormen van voorlezen ontdekt.  Zo is er oa een verteldoos, het verhaal kan gespeeld worden met poppetjes terwijl je het vertelt, een soort poppenkast dus. of kies eens voor een groot schootboek. Voorlezen is ook perfect om een creatieve activiteit aan te koppelen. Kinderen zullen maar wat graag tekenen of schilderen wat ze net gezien hebben in het boek. Zo verwerken ze de info die ze net kregen. Wanneer je interesse hebt in de Kiki training kan je contact opnemen met Welkom Kind Midden en West Brabant.

Wanneer lees jij voor? Vind je voorlezen leuk om te doen of wil je er nog meer in leren? Wat doet voorlezen met je (gast)kinderen?

Myriam

Advertisements
Standard

Workshop bij Welkom Kind Midden en West Brabant

Gisteravond stond er weer een workshop op de agenda bij mijn gastouderbureau. Het onderwerp was deze keer de opvang van gastkinderen met niet Nederlandse ouders. Buitenlandse kindjes dus. Soms wonen ze nog niet zo lang in Nederland, soms al een hele tijd, maar allemaal brengen ze hun eigen cultuur mee. Dat telt natuurlijk ook voor kinderen met Nederlandse ouders. Ook zij zullen soms andere gewoontes meebrengen naar de opvang. Al zullen bepaalde gewoontes wel weer hetzelfde zijn. Die gewoontes zijn voor ons ook heel normaal en logisch. Zoals een hand geven bij een ontmoeting. Of sorry zeggen door je hand op te steken als je met de auto rijdt.

Gisteren leerden we dat wat voor ons heel normaal en logisch is, dat voor andere culturen vaak helemaal niet zo is. Zo kan het zomaar zijn dat een vraagouder je raar of zelfs boos aankijkt wanneer je zijn zoon een bandiet noemt. Voor de buitenlandse vraagouder was dat namelijk een belediging. Gelukkig kon de gastouder uitleggen dat het woord bandiet niet slecht bedoelt is. Zulke ervaringen leren dat we soms moeten nadenken over andere culturen. Even goed met de ouders in gesprek gaan, voor de opvang start, kan veel problemen voorkomen.

Wil dit nu zeggen dat je als gastouder je eigen cultuur maar overboord moet gooien en je dagritme helemaal moet aanpassen aan de vaak verschillende culturen in je opvang? Nee natuurlijk niet. Tijdens het kennismakings gesprek kan je hierover praten. Je kan onder andere uitleggen dat je vaste eetmomenten hebt omdat je anders heel de dag niks anders doet dan eten geven aan de kinderen. In vele culturen is het namelijk normaal om te eten wanneer je honger hebt, ongeacht hoe laat het is. Of kinderen vallen in slaap wanneer ze moe zijn. Of dat nu vroeg of laat is, of slapen niet in een bedje. Door te praten kan je inzicht krijgen in de cultuur van de vraagouder en kan de vraagouder ook inzicht krijgen in jou cultuur. Zo kan je dan samen tot een compromis komen waar iedereen zich goed in kan vinden.

We sloten de avond af door ervaringen uit te wisselen en elkaar tips te geven over hoe je problemen kan oplossen waar je tegen aan kan lopen in je opvang. Rust, reinheid en regelmaat vb, de 3 R-en, vinden we allemaal belangrijk. We hebben binnen Welkom Kind Midden en West Brabant al een aantal verschillende culturen dus we konden over deze verschillen ook praten.  We ontdekten dat we toch allemaal onze eigen invulling aan de 3 R-en geven. Dat is niet goed of fout, gewoon anders. Gastouders moeten vaak ook kinderen naar school of psz brengen en weer gaan ophalen. Daardoor moeten dagritmes wel eens worden aangepast. Ook dat is niet erg.

Gastkindjes met niet Nederlandse ouders in je opvang zijn soms een uitdaging maar door met ouders in gesprek te gaan en te blijven kan je veel problemen voorkomen. Open communicatie is dus erg belangrijk. Als je beide een andere taal spreekt kan een tolk een uitkomst bieden!

Myriam

Standard

Moederdag

Over een paar dagen is het weer zover, moederdag. Natuurlijk zijn we in de opvang druk bezig om een heel mooi cadeau voor alle mama’s te maken. De kinderen genieten! Ze stralen als ze bedenken welke kleur ze gaan gebruiken en als ze hun, zelf gemaakt en ingepakt cadeautje mee mogen nemen glunderen ze van trots! Zo mooi om te zien.

Dit jaar doe ik er ook weer een versje bij. Dat is dubbel feest voor de mama’s. Niet alleen een cadeautje, maar ook een versje, speciaal voor mama! Ik leer de kinderen wel vaker versjes aan, zo hebben we elk jaar met nieuwjaar ook een nieuwjaarsbrief. Maar hoe doe je dat nu? Kinderen een versje aanleren, want in tegenstelling tot liedjes kan je bij versjes niet leunen op muziek. Een paar tips:

  • zorg voor een versje dat de kinderen aanspreekt (in mijn geval is dat iets dat niet te belerend overkomt, niet met vingerwijzingen, vaak een versje met een beetje ondeugend ondertoontje)
  • Zorg dat het versje niet te lang is, maar zeker ook niet te kort. Je wil de kinderen iets leren en iets als ‘blauw, blauw, blauw, mama ik hou van jou’ is erg leuk voor een peutertje van 1 jaar, maar de 3 jarige die daarnaast zit vindt dat al snel saai
  • Zorg dat je gebaren kan uitbeelden bij het versje. Dat helpt kinderen om het goed te onthouden
  • Leer het versje zelf goed vanbuiten voor je het de kinderen gaat aanleren
  • Zorg voor een rustig moment om het versje aan te leren (vb na het fruit eten als iedereen toch aan tafel zit)
  • Vertel aan de kinderen wat jullie gaan doen en waarvoor. In dit geval dus, een versje leren voor mama omdat het bijna moederdag is
  • Zeg het versje op, met de gebaren, zonder dat je verwacht dat ze het al leren, laat hen het versje ontdekken, proeven….vraag aan de kinderen wat ze van het versje vinden.
  • Herhaal het versje een paar keer (steeds met de gebaren), na 1 of 2 keer kan je de kinderen uitnodigen om het mee te zeggen. Vaak zullen ze dan hier en daar een paar woordjes meezeggen of de gebaren meedoen.
  • Oefen liever 5 keer per dag het versje 1 of 2 of 3 keer dan 1 keer per dag 15 keer
  • Moedig de kinderen aan om mee te doen, maar dwing niet. Ik had een kindje in de opvang die nooit meedeed wanneer we in groep een versje (of een liedje) leerden, maar als hij in bed lag voor de middagdut hoorde ik hem door de babyfoon het hele versje opzeggen. Hij pikte het versje dus wel op.
  • Wanneer je merkt dat de kinderen het versje al goed kennen kan je vragen of kinderen het versje alleen willen opzeggen, of per 2 of alleen de kinderen, zonder je hulp. Sommige kinderen vinden dit enorm spannend, het moet natuurlijk niet. Als het dan mis gaat, dan is dat zo, een beetje hulp moet kunnen, het is geen examen!
  • En vooral: Maak het leuk! Geniet van de kinderen!

 

Veel plezier!

Myriam

 

Standard

Een stagiaire in de opvang

Af en toe wordt er gevraagd of ik een stagiaire wil begeleiden tijdens een korte of iets langere periode. Natuurlijk kan dat, extra helpende handen zijn altijd welkom.

Momenteel hebben we een meid van bijna 17 jaar in de opvang die gedurende 2 weken komt kijken of ze later wil werken in de kinderopvang.  Een zogehete snuffelstage dus. Een vrij lange snuffelstage, maar bon…dat is nu eenmaal zo.

Het is altijd afwachten en aftasten hoe het meisje zal zijn met de kinderen. Deze keer hebben we wel erg veel geluk! Onze stagiaire heeft nog 2 heel jonge broertjes. Ze is zelf bijna 17 en heeft nog een broertje van bijna 4 en eentje van net 1 jaar. Ze is dus gewend aan jonge kinderen. Dat is ook te merken. Ze beweegt natuurlijk tussen en met de kinderen en de kinderen zijn ook erg ontspannen bij haar. Hoewel het een snuffelstage is en ik haar dus wegwijs zou moeten maken in de kinderopvang hoef ik haar bijna niks uit te leggen. Ze kent alles al….luiers verschonen, een flesje of fruitpap geven…ze draait er haar hand niet voor om.

De grotere kinderen vinden het super om iemand extra in de opvang te hebben. Terwijl ik de baby’s verzorg voetbalt zij met de oudere kinderen in de tuin. Wat een feestje dat er iemand meer tijd voor hen heeft. Natuurlijk speel ik ook met de grotere kinderen, maar soms moeten ze al eens wachten omdat er net een baby honger krijgt en dus een flesje moet krijgen. Nu is er extra tijd voor hen en dat vinden ze erg fijn. Ze hangen dan ook aan haar lippen. En ik zie haar ook genieten. Tijdens het spelen leeft ze zich ook helemaal in, ze volgt niet alleen het fantasiespel van de kinderen, ze kan het zelfs verrijken door de juiste vragen te stellen. Zomaar, alsof ze al jaren met en tussen kinderen werkt! Ik moet mezelf er regelmatig aan herinneren dat ze nog geen 17 jaar oud is.

Later bespreek ik met haar wat ze van de opvang en haar stage vond. Ik vraag haar of ze daadwerkelijk plannen heeft om iets met kinderen te gaan doen. Dat weet ze nog niet zeker. Dat moet ook niet, ze mag nog een jaar lang onderzoeken welke weg ze uit wil gaan. Het staat in elk geval wel vast dat ze het prima zou doen met kinderen.  Na 2 weken nemen we afscheid van haar, al hopen we allemaal dat ze nog eens een keertje langs komt om gezellig met ons te spelen!

 

Myriam

 

 

Standard

Knap lastig – deel 2 bij Welkom Kind Midden en West Brabant

autisme_enjoil

Alweer de 2de bijeenkomst van deze interessante training. De eerste training hadden we onze aandacht vooral besteed aan het verschil tussen gewoon lastig en knap lastig gedrag. Blijvend lastig gedrag dus. Deze avond gingen we dieper in op het gedrag dat autistische kinderen en kinderen met ADHD vertonen.

Als eerste hadden we aandacht voor kinderen met ADHD. Deze kinderen kenmerken zich door als kleine wervelwindjes rond te vliegen. Ze kunnen niet stilzitten en worden afgeleid door alles. Ze zien elke vlieg die voorbij vliegt. Ze hebben energie voor 10, zijn enorm gedreven. Ze kunnen super goed out of the box denken, zijn erg creatief en vindingrijk. Deze goede eigenschappen worden jammer genoeg wel eens vergeten waardoor de kinderen nogal vaak een negatieve stempel krijgen. Ook ouders worden wel eens raar aangekeken of krijgen te horen dat ‘ze nu toch echt wel hun kind beter moeten opvoeden’ of ‘als het mijn kind was…..’ Je kan namelijk niet aan deze kinderen zien dat ze ADHD hebben. Je kan het wel merken aan hun gedrag en als je even echt naar het kind wil kijken kan je ook de positieve eigenschappen van het kind zien.

Dit telt ook voor autistisch kinderen. Zij hebben problemen met de informatie en prikkels die ze binnen krijgen te verwerken. Dankzij de brainblocks heeft Frieda heel beeldend kunnen uitleggen hoe iemand met autisme informatie verwerkt. Doordat ik dit nu weet kan ik veel beter een kindje met autisme begrijpen en dus ook ondersteunen. Kindjes met autisme kunnen namelijk niet filteren welke informatie belangrijk is om opgenomen te worden en welke informatie niet zo belangrijk is. De juf die een moeilijke som uitlegt is natuurlijk belangrijk, maar als er op dat moment iemand op de gang roept, of iemand die op zijn stoel wiebelt, een vlieg die voorbij komt, een auto die buiten toetert. Het kind met autisme vangt het allemaal op en neemt alle info ook op in zijn hoofdje. Het is dan ook logisch dat dat hoofdje op een bepaald moment helemaal vol zit. Dan heeft het kind eventjes tijd nodig om alle info op een rijtje te zetten (dat was ook letterlijk te zien met de brainblocks) en weer ruimte te maken om nieuwe info op te kunnen nemen. Deze kinderen hebben ook vaak problemen met sociale contacten omdat ze vaak de emotie niet kunnen waarnemen of plaatsen die achter woorden zit. Deze kinderen doen letterlijk wat je zegt, zoals rechtdoor over een rondpunt fietsen, terwijl jij natuurlijk bedoelt dat ze erom heen moeten en dan rechtdoor. Goed opletten wat je zegt is dus erg belangrijk bij deze kinderen. Geen verborgen boodschappen, die vangen zij niet op. Ook deze kinderen hebben veel positieve eigenschappen. Ze zijn enorm opmerkzaam enzien vaak details waar jij zelfs niet op let. Deze kinderen kunnen enorm veel kennis hebben van een bepaalde zaak. Ze houden erg vast aan routines, wat natuurlijk ook een valkuil kan zijn, en hebben een uitstekend geheugen. Ze zien de wereld op een heel andere manier dan wij de wereld zien.  Hierdoor leggen ze soms ook andere linken die mensen niet zo goed kunnen begrijpen, maar die voor hen heel logisch zijn.

Deze avond heeft mij weer meer inzicht gegeven in hoe kinderen met ADHD en autisme met reageren op hun omgeving en hoe zij prikkels verwerken. Dat begrip zorgt ervoor dat ik deze kinderen steeds beter kan begeleiden en opvangen. Want hoe je het ook draait of keert…het zijn kinderen, kinderen met een plusje,  en ook zij hebben recht op liefdevolle, kwaliteitsvolle opvang waar ze zich veilig kunnen ontwikkelen.

Myriam

 

Standard

Geloven in de paashaas

pasen_vrolijk_pasen

Over een weekje is het alweer Pasen en daar hoort, volgens de kinderen wat lekkers bij. Ze verwachten paaseitjes! De paashaas dient voor iedereen paaseitjes te brengen. Dat is duidelijk voor alle kinderen, toch? Of niet, want zo rond de leeftijd van 6-8 jaar gaan de kinderen toch iets meer nadenken over de paashaas en daaraan gekoppeld ook de sint en de Kerstman. Mijn dochter, bijna 7 gelooft nog heilig in de paashaas, de sint en de Kerstman. Hoewel we rond die laatste nooit echt iets hebben gedaan en we haar ook vertellen dat wij de cadeautjes onder de kerstboom leggen. Voor haar bestaat de Kerstman, de sint en de paashaas, punt! Een opvangkindje van 6 jaar denkt daar toch iets anders over. Zijn buurmeisje heeft hem verteld dat de paashaas niet bestaat. Hij is overtuigd dat de paashaas niet bestaat nu en probeert daar ook de andere kinderen in de opvang van te overtuigen.

Ik hou me in deze discussies meestal op de achtergrond maar ik vind het reuze interessant om hun redeneringen te volgen. Als ze aan mij vragen hoe het zit stel ik de vraag meestal terug: “Hoe denk jij dat het zit?” Ik ga niks ontkennen of bevestigen. Maar…als de paashaas dan niet bestaat, hoe komen die paaseitjes er dan. Mijn dochter heeft daar de oplossing voor gevonden…dan komen de paasklokken de eitjes brengen. Dit kent ze omdat ik Vlaamse ben en bij ons brengen de paasklokken inderdaad de eitjes. Maar dat is toch niet echt duidelijk voor de Nederlandse kindjes. Zelfs C, die er een paar minuten geleden nog heilig van overtuigd was dat de paashaas toch echt niet bestaat weet hierop geen antwoord. Wanneer een B, bijna 8, oppert dat misschien mama en papa die eitjes wel verstoppen antwoordt C heel beslist dat dat niet kan, want mama en papa slapen toch ook in de nacht, zij gaan daar echt geen tijd voor hebben. Dus komen ze dan toch weer tot besluit dat de paashaas dat echt wel moet doen, misschien wel geholpen door de paasklokken.

Ik geniet van hun kinderlijke logica en laat hen gewoon nog eventjes lekker geloven in de paashaas, de paasklokken of wat dan ook. Er is nog tijd genoeg om groot te worden!

 

Fijne paasdagen!

Myriam

Standard

Veilig spelen

Afgelopen weekend las ik in de krant een artikel met als titel dat we onze jonge kinderen met een zakmes moeten laten spelen. Spontaan verslikte ik me in mijn koffie. Watblieft?! Kinderen met een zakmes laten spelen? Zijn ze helemaal gek geworden??? Weten ze dan niet hoe gevaarlijk dat is? In gedachten zag ik het bloed al uit de armpjes van mijn kleuters spuiten. Tot ik het artikel begon te lezen.

De laatste jaren staat alles in het teken om kinderen zo veilig mogelijk te laten spelen. We zouden zowat in staat zijn om bij een glijbaan of een schommel kussen te leggen zodat ze toch maar ‘zacht’ vallen. Feit is dat we onze kinderen zoveel mogelijk willen beschermen tegen blauwe plekken, wondjes en wat nog meer. Terwijl kinderen gewoon lekker willen rennen, klimmen, klauteren, springen en ontdekken en tja, daar hoort een blauwe plek, een kapotte knie of een buil wel eens bij. Leuk is dat niet altijd, maar ik merk rondom mij wel dat het vaker de ouders zijn die het moeilijk hebben met het feit dat hun kind een schram heeft opgelopen. De kinderen zijn vaak na een paar tranen de pijn alweer vergeten en willen gewoon spelen. Dat gaat soms erg ver. Ik hoor soms verhalen over kinderen die met gips en al (en die gips zit niet voor niets om de pols of arm) toch weer in dezelfde boom klimmen als waar ze zijn uit gedonderd. Of op een trampoline gaan staan springen. Kinderen willen bewegen en daar hoort vallen bij!

Door kinderen te hard te beperken in hun drang tot bewegen, beperk je kinderen uiteindelijk ook in hun ontwikkeling. Waarom moet alles zo afgeschermd veilig? Ik heb een hyperbewegelijke 6 jarige dochter in huis die eerst doet en dan pas denkt. Ze ziet een sloot, rent ernaartoe om erover te springen en ontdekt halfweg haar sprong dat ze niet aan de overkant geraakt…..”Oeps, nu ben ik nat, mama”. Ja, dat is wel eens vervelend, vooral als ze dat doet met een witte jurk, maar ook daar leer ik in. Geen witte kleding voor mijn dochter. Maar eerlijk…de wereld vergaat niet wanner zij in die beek springt. Ook zij valt niet ter plekke dood omdat ze nat is. Mijn hart slaat nog regelmatig een slag over bij sommige dingen die ik de kinderen zie doen, maar toch vind ik het belangrijk dat ze mogen bewegen en ontdekken. In de speeltuin laat ik hen zoveel mogelijk doen, ook al gaat het dan wel eens mis. Ook daar leren kinderen van. Vaak gaan ze elkaar dan ook helpen om allemaal te kunnen glijden. Ik denk dat we allemaal moeten proberen om een middenweg te vinden. Onze kinderen hebben nood aan bewegen en spelen, ook al gaat dat dan wel eens mis, maar sommige dingen zijn te gevaarlijk of kunnen enkel onder 1 op 1 toezicht. Ouders moeten zichzelf ook goed voelen bij wat het kind doet en wat dat is, dat verschilt per persoon. Zoals het kind laten spelen met het zakmes….dat vind ik toch nog net een stap te ver, maar als we onze beruchte spinnensoep in bloed maken mogen de kinderen wel met een tafelmes de tomaten doorsnijden. Zeg nu zelf…dat is toch al een mooi begin, niet?

Voor degenen die het artikel zelf nog even willen lezen, de link  http://www.ad.nl/nieuws/veiligheidnl-laat-je-kind-wilder-spelen~a326a027/

Standard